6. ei of ij, t of d, g of ch, ng of nk


beiden geheimzinnig leider scheidsrechter veilig spannend
beroemd kleedkamer doodsbang boeiend rondlopen
middageten loog waarzegster ploeg parking bevolking gevangenis bemanning verbazing





7. -lijk, -lijke, -elijk, -elijke


eerlijk gevaarlijke dadelijk afschuwelijke heerlijk lelijke duidelijk
belachelijke natuurlijk moeilijke gemakkelijk mogelijke vrolijk oneerlijke
uiteindelijk vreselijke waarschijnlijk wonderlijke vriendelijk verschrikkelijke





8. Verenkelen bij een lange klank aan het einde van een klankgroep


begrafenis fantasie normale resultaten staren betekende enorme
geschreven opgegeten tevreden aangekomen fototoestel krokodil meegenomen
veroveren amuseren huwelijk juwelen publiek supermarkt





9. Verdubbelen bij een korte klank aan het einde van een klankgroep


aangevallen gabbers karretje rapport aanleggen bestemming nachtmerrie
verstoppertje binnenste herinnerde verschillende vriendinnen geschrokken gewonnen
stoffig dolgelukkig raketten mummie ondertussen sukkel





10. Verenkelen of verdubbelen


avonturen bestuderen ondersteboven helaas problemen datum supergrote gaskamer temperatuur
overvallers boterhammen krokodillen
tenslotte ontploffing sterretjes krukken spinnenwebben pannenkoek huppelde gezellig