Woordleer


Sleutelwoord

Een sleutelwoord is een woord dat de hoofdzaak aangeeft. Sleutelwoorden zijn heel belangrijke woorden uit een zin of een tekst.

Verwijswoord

Woorden die verwijzen naar een ander woord, een andere zin of een ander tekstdeel, noemen we verwijswoorden.

Zelfstandig naamwoord

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden of namen van mensen, dieren, planten en dingen.
Ze kunnen in het enkelvoud (één) of het meervoud (twee of meer) voorkomen. Er bestaat ook een verkleinwoord van. Voor een zelfstandig naamwoord kan een lidwoord geplaatst worden.
Een eigennaam is een bepaald zelfstandig naamwoord. Een bepaald persoon, een bepaald dier,...

Bijvoeglijk naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord zegt meestal iets over een zelfstandig naamwoord. De meeste bijvoeglijke naamwoorden kunnen van vorm veranderen en passen zich aan het zelfstandig naamwoord aan waar ze bij staan.

Lidwoord

Er zijn 3 lidwoorden: de, het, een.

Werkwoord

Een werkwoord zegt wat het onderwerp doet (vroegere "doe-woord"). Het drukt meestal een handeling, actie, toestand of gebeurtenis uit.
Een werkwoord kan meerdere vormen hebben.
De infinitief is niet vervoegd naar persoon of getal. Je kan er "Ik zal ..." voorzetten. In een woordenboek vinden we de infinitief van een werkwoord.
Een werkwoord staat in het enkelvoud (1) of meervoud (meerdere).
De stam van een werkwoord is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd. Ik ... nu.
Een werkwoord kan in de tegenwoordige tijd of de verleden tijd (vroeger) staan.
Het werkwoord dat vooraan komt in de ja-neevraag en aangepast is aan het onderwerp is de persoonsvorm.


Weetjes


Rijmwoorden bevatten dezelfde klanken. Bv. klas, plas
Signaalwoorden geven structuur aan teksten.
Feiten zijn een droge weergave van de werkelijkheid, een mening is hoe iemand ergens over denkt.
Een samenstelling is een woord dat opgebouwd is uit 2 of meer woorden.